Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen

zaterdag 2 maart 2013

Pas verschenen: Voortgang, jaarboek voor de neerlandistiek


Bij de Stichting Neerlandistiek VU te Amsterdam is onlangs deel 30 verschenen van Voortgang, jaarboek voor de neerlandistiek. De oudere letterkunde komt aan bod in mooie artikelen van (onder andere) onze docent Roel Zemel en van recent afgestudeerden Elsje Frouws en Jurriaan Vegter.

André Bouwman, 'Ich schlug auf, und vor mir lag: van den vos Reynaerde'. Friedrich David Gräter en zijn editio princeps van 1812
Roel Zemel, Vlaanderen omstreeks 1250: spreken over literatuur
Simon Smith, Vreedzame Venus. Over ontluikende liefde in Die Riddere metter Mouwen
Willem Kuiper, Valentijn ende Oursson. Auteur, vertaler, censor en doelgroep
Elsje Frouws, Droncken vanden bloede. Geweld en antisemitisme in Hiervsalem verwoest van Joost van den Vondel
Jurriaan Vegter, Toneel en de troon. Nederlandse en Engelse representaties van koningschap in het historiedrama ten tijde van stadhouder-koning Willem III
Arie Zevenhuijzen, Het beeld van Gorters Mei in de literatuurgeschiedenis
Bettine Siertsema, Drie verslagen van het proces-Eichmann
Anja de Feijter, Niet het orakel raadplegen. Kanttekeningen bij de geschiedenis van de auteursintentie door Ralf Grüttemeier
Bouke Slofstra, J.H. Halbertsma, het handschrift van de Lectio publica van Tiberius Hemsterhuis en de Onbekende Student
Camiel Hamans, The observations of a voyager. Stephanus Hanewinckel on the dialects of the Meijerij
Gerrold van der Stroom, De voorlopers van Jac. van Ginnekens taalbiologie
Ad Foolen, Zeker: voor een deel, terug naar Van Ginneken!
Arjan van Leuvensteijn, Boekbespreking: De voortvarende zeemansvrouw. Openhartige brieven aan geliefden op zee, bezorgd door Marijke van der Wal
H.M. Hermkens, Boekbespreking: Hans van Tongen of Razende-Liefdens-Eyndt en De Wanhébbelyke Liefde, bezorgd door Arjan van Leuvensteijn

Voortgang 30 telt 310 pagina’s en kost EUR 25,- (excl. verzendkosten). Het boek is te bestellen bij de Stichting Neerlandistiek VU, De Boelelaan 1105, NL-1081 HV Amsterdam (ISBN 978-90-8880-027-6) of bij Nodus Publikationen, Postfach 5725, D-48031 Münster (ISBN 978-3-89323-730-2), of via de website van Nodus Publikationen.

donderdag 21 februari 2013

Een pleidooi voor oud en vreemd: het Panpoëticon Batavum van Lambert Bidloo (1720)


door Ton van Strien


Verzamelen was mode in de zeventiende en achttiende eeuw. Het werd beschouwd als een nuttig en aangenaam tijdverdrijf voor heren van stand. Schelpen, stenen, planten, insecten en andere dieren; munten, beelden, inscripties – alles wat bijdroeg aan de kennis van de mens en de wereld werd verzameld en in kostbaar uitgevoerde kisten en kasten gerangschikt en uitgestald.

Een artist’s impression van het `Panpoëticon Batavum’,
titelprent in het boek uit 1720
De rijke Amsterdamse schilder Arnoud van Halen (1673-1732) verzamelde wat niemand anders nog verzamelde: dichters. Nederlandse dichters, van de oudste tot de modernste. Uit alle mogelijke bronnen bracht hij hun portretten samen om die zelf over te schilderen op koperen of tinnen plaatjes van één formaat, ongeveer 11x9 cm. Hij liet er een grote ladenkast voor timmeren, waar al die portretjes een plaats kregen. `Panpoëticon Batavum’ ging die kast heten: `Tempel voor Alle Dichters van Nederland’.






 


portret van de dichteres Sybille van Griethuysen
 (ca. 1620-1662) uit het `Panpoëticon Batavum’,
geschilderd door Arnoud van Halen
(Rijksmuseum, Amsterdam)

Op elk portretje staat natuurlijk een naam, maar meer kon er niet op, en Van Halens vriend Lambert Bidloo (1638-1724), apotheker van beroep, besloot er een toelichting bij te schrijven. Op rijm, zoals men dat gewend was. Wist hij waar hij aan begon? Tijdens het schrijven (Bidloo zegt het zelf) bleek de stof zo rijk te zijn dat het werk `vanzelf’ (!) uitgroeide tot bijna 300 bladzijden. Het resultaat is een lang en enigszins kronkelig gedicht over de schrijvers en dichters die de Nederlanders volgens Van Halen en Bidloo moesten kennen. Vooral ook de oude, en ook toen al(lang) dode schrijvers, de `groten’ uit de Gouden Eeuw en zelfs de nog oudere, de rederijkers uit de zestiende eeuw. Omdat... ja, waarom eigenlijk?


 





portret van de dichter Jeremias de Decker (1609-1666)
uit het `Panpoëticon Batavum’,
geschilderd door Arnoud van Halen
(Rijksmuseum, Amsterdam)



Nederlanders `hebben’ meestal niet zoveel met oudere Nederlandse literatuur. Bidloo constateerde precies hetzelfde  al in 1720: Cats (1577-1660), daar wordt tegenwoordig op neergekeken. Vondel (1587-1679) – de jeugd denkt dat ze het beter kan. Over iemand als Coornhert (1522-1590) had al helemaal niemand het meer. Trouwens, Bidloo zegt het er eerlijk bij: tot voor kort wist ik er zelf ook bijna niets van. Ik las nauwelijks Nederlandse literatuur en van Coornhert had ik nog nooit een letter gezien. Maar toen ik die oude schrijvers serieus begon te lezen, viel ik van de ene verbazing in de andere – en vooral: van de ene verrukking in de andere. Wat een rijkdom – letterlijk zegt Bidloo: wat een `vindingen’! Vrij vertaald: wat een fantasie! Dichters van tegenwoordig, zegt Bidloo, denken vaak alleen maar aan de buitenkant. Ze zijn dagenlang bezig met het schaven en polijsten van hun verzen, zodat maat en rijm perfect zijn en niemand hoeft te schrikken van `lelijke’ woorden. Onze oude schrijvers wisten beter. Zij wisten dat het in de literatuur gaat om wát je zegt, niet hoe je het zegt. Poëzie schrijven is niet een kwestie van foutloze verzen maken, maar van dingen bedenken. Als je dat niet in je hebt, moet je er niet aan beginnen. En dat konden heel wat jonge dichters in hun zak steken.

portret van Lambert Bidloo (1638-1724) door J. Verkolje
 Lambert Bidloo was al in de tachtig toen hij het Panpoëticon schreef en hij was misschien wel een heel ouderwetse, stijve man. Hij vond zeker niet dat dichters alles mochten opschrijven wat een mens kan verzinnen. Vooral onzedelijke boeken vond hij verschrikkelijk. Zelfs Bredero, de auteur van de beste blijspelen die ooit in Nederland geschreven zijn, kan bij hem geen goed doen. Bordeelpraat, dat is het volgens hem. Een boek van een nog ergere auteur uit de zeventiende eeuw smijt hij woedend op de grond. Daartegen moest de jeugd volgens hem beschermd worden! Ga niet af op Bidloo als je wilt weten wat er van de oude Nederlandse literatuur nog de moeite waard is.
           




Titelpagina van Panpoëticon Batavum, Amsterdam 1720

Maar hij was koppig en onafhankelijk. Bidloo schreef in een tijd dat de Verlichting greep begon te krijgen op de letteren. De tijd van de Rede. Gezond verstand en goede smaak, dat werden de criteria waarmee men literatuur ging beoordelen. Oude Nederlandse schrijvers, die werden maar raar gevonden. Lang niet zo verstandig en beschaafd als wij, moderne mensen!
Bidloo heeft niets tegen gezond verstand en goede smaak, maar hij wil dat we ook open staan voor dingen die oud en raar zijn, voor de boeken die boeien omdat je ze niet meteen begrijpt. En daarom lees ik dan weer Bidloo.

vrijdag 25 januari 2013

Feniks: een kroon op het werk


  
  Exotische liefde, Jacob Haafner & Thomas Rosenboom



Op donderdagavond 31 januari 2013 organiseren uitgeverij Atheneum–Polak & Van Gennep, het Prins Bernhard Cultuurfonds en academisch-cultureel centrum Spui25 een feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van de afsluiting van de Feniksreeks (opvolger van de Griffioenreeks), en daarmee van ruim een kwart eeuw samenwerking om Oudere Nederlandse letterkunde voor een breed publiek toegankelijk te maken in edities en hertalingen. 


Sprekers zijn: Johan Koppenol, Marita Mathijsen, Pieter Steinz, Thomas Rosenboom en Frits van Oostrom, Henry Sepers en Daan Doesborgh. Na afloop volgt een borrel. 


Opgeven voor deze avond kan hier.
Het volledige programma vind je hier.














dinsdag 9 oktober 2012

De polderaar: biografie van Cats



De figuur van Jacob Cats is stilaan verzonken in het nationale geheugen. Zijn uitspraak `kinderen hinderen’ lijkt nog het meest hardnekkige element uit zijn rijke nalatenschap. Hoog tijd dus voor een nieuwe biografie van deze invloedrijke Nederlander, wiens dichtwerken ooit in talloze Nederlandse huisgezinnen aanwezig was. Maar naast  dichter was Cats ook jurist en staatsman – hij bekleedde vele jaren het ambt van raadpensionaris van Holland, en hij heeft zich zijn hele leven toegelegd op het droogmaken van landerijen en ontginnen van woeste gronden, zowel in Nederland als Engeland. Johan Koppenol schrijft, in opdracht van het Prins Bernhard Cultuurfonds, een biografie over Cats, waarin deze drie elementen uitgebreid aan bod zullen komen. Het boek, dat als titel zal hebben: De polderaar. Jacob Cats 1577-1660, zal naar verwachting in 2014 verschijnen bij Uitgeverij Balans.


donderdag 20 september 2012

Recente publicaties

Pas verschenen:

Nelleke Moser, 'Collecting Quotes, Connecting People. Towards a Diachronic Approach to Appropriating and Sharing Literature'. In: Claire Clivaz, Jérôme Meizoz, François Vallotton, Joseph Verheyden (ed.), Lire Demain. Des manuscrits antiques à l'ère digitale. Reading Tomorrow. From Ancient Manuscripts to the Digital Era. Presses polytechniques et universitaires romandes. Version e-book. pp. 607-632.

Deze publicatie is het resultaat van een bijdrage aan het gelijknamige congres in Lausanne in augustus 2011. Het artikel doet een voorstel voor een bestudering van tekstcollecties door de eeuwen heen om de impact van technologische ontwikkelingen (handschrift-druk, druk-digitaal) op het leesgedrag te onderzoeken. Bij dat onderzoek zouden twee aspecten de aandacht moeten krijgen: de manier waarop lezers zich teksten toeëigenen (zowel fysiek als wat de betekenis betreft) en de manier waarop zij de teksten met anderen delen (de collectie als instrument voor self-fashioning en als sociaal bindmiddel binnen een gemeenschap van lezers).


Nelleke Moser, '"Toutes les oeuvres qu'il ait jamais composées". De l'ouvrage à l'oeuvre dans la littérature d'expression néerlandaise entre 1500 et 1650'. In: Réforme, humanisme, renaissance 74 (2012), pp. 185-202.

Deze publicatie is het resultaat van een ronde-tafelgesprek over series en verzamelde werken in de renaissance, dat plaats vond in Lyon op 30 januari 2011 (zie een eerdere post). Het artikel biedt een overzicht van de manieren waarop de term 'werken' in de Nederlandse renaissance werd gebruikt om het oeuvre van een dichter aan te duiden. Als de term wordt geïntroduceerd (in 1562) gaat hij nog gepaard met een nadere aanduiding van de aard van de teksten, zoals in de 'rethoricale' werken van Anthonis de Roovere (1562) en de 'poëtixe' werken van Jan vander Noot (1570/1571). In een volgend stadium verdwijnt deze aanduiding, zoals het geval is bij Coornherts Wercken (1612 en 1630). Tenslotte wordt de suggestie van compleetheid gewekt in de toevoeging 'alle', zoals bij de uitgave van Bredero's werk in 1638 het geval is, maar ook bij een onbekendere auteur als Jan van der Veen, van wie in 1637 de volgende bundel verschijnt: Jan van der Veens Over-zeesche Zege, en Bruylofts-zangen. Als mede Alle de Wercken by hem oyt ghemaackt [...].


zondag 1 juli 2012

Nieuwe editie P.C. Hooft

Op 29 juni 2012 werd de nieuwe editie van de gedichten van P.C. Hooft gepresenteerd in de bibliotheek van het Nederlands Letterenfonds te Amsterdam. Voor deze leesuitgave (die teruggaat op de wetenschappelijke tekstuitgave van P. Tuynman en G.P. van der Stroom uit 1994) hebben Johan Koppenol en Ton van Strien de gedichten herspeld en van uitleg voorzien in toelichtingen, woordverklaringen en een nawoord. Daarmee maakten zij het werk van Hooft toegankelijk voor een breed publiek.

Johan Koppenol, Natascha Veldhorst en Ton van Strien
Natascha Veldhorst heeft melodieën bij de liedteksten gezocht, de muzieknotatie toegevoegd en een beschouwing over Hooft en de muziek geschreven. Bovendien voerde zij de regie over de cd met liederen die bij het boek is gevoegd (gezongen door Marcel Beekman en Karin van der Poel, en begeleid door Freek Borstlap, Gesina Liedmeijer en David van Ooijen).

Yvonne Molenaar

Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Yvonne Molenaar, hoofd Collectie en Presentatie van het Rijksmuseum Muiderslot. 

P.C. Hooft, De gedichten. Verzorgd en uitgegeven door Johan Koppenol en Ton van Strien. Muzikale redactie en toelichting Natascha Veldhorst. Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2012.  45,00. Inclusief CD.
Inkijken  
Bestellen 

donderdag 7 juli 2011

Handschrift en publieke opinie

Zojuist verscheen bij uitgeverij Brill de bundel Literary Cultures and Public Opinion in the Low Countries, 1450-1650, onder redactie van Jan Bloemendal, Arjan van Dixhoorn en Elsa Strietman. In deze bundel staat een artikel van Nelleke Moser, ‘Manuscript Pamphlets and Made-Up Performances: New Sources and Challenges in the Study of Public Opinion’. Hierin belicht zij een problematische vroegmoderne bron: een onvoltooid, handgeschreven verslag van een toneelvoorstelling. Het zou gaan om een toneelstuk dat Spaanse jezuieten opvoerden bij het bezoek van prins Charles van Wales aan Madrid in 1623. Krijgen we met deze tekst eindelijk inzicht in wat de prins via het theater aan propaganda kreeg voorgeschoteld, of past de tekst in een nog niet eerder bestudeerd ‘genre’ van fictieve toneelopvoeringen, bedoeld om de publieke opinie rond het bezoek van de prins en zijn voorgenomen huwelijk met de Spaanse prinses te beïnvloeden?

dinsdag 29 maart 2011

Ter gelegenheid van verscheidene jubilea van de doopsgezinde gemeente is het jaarboek Doopsgezinde bijdragen - dat zelf ook jubileert vanwege het 150-jarig bestaan - dit jaar een extra dikke jubileumuitgave met daarin tal van artikelen over de geschiedenis van de doopsgezinden. Een van die artikelen is van de hand van Nina Geerdink en gaat over de huwelijksgedichten van de Amsterdamse dichteres Katharina Lescailje. In het artikel, getiteld 'U vraagt, wij draaien? De huwelijksgedichten van Katharina Lescailje (1649-1711) voor rijke doopsgezinden', constateert Nina Geerdink dat een opvallend groot deel van de huwelijksgedichtenproductie van de niet-doopsgezinde Lescailje voor doopsgezinde stads- en provinciegenoten geschreven was. Een analyse van deze gedichten lijkt erop te wijzen dat ze in opdracht en tegen betaling vervaardigd werden. Daarmee werpt deze casus nieuw licht op de luxueuze huwelijkstradities van doopsgezinden en de productie van huwelijksgedichten in de vroegmoderne tijd.

Nina Geerdink, 'U vraagt, wij draaien? De huwelijksgedichten van Katharina Lescailje (1649-1711) voor rijke doopsgezinden', in: Gedoopt. Vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland. Doopsgezinde bijdragen, nieuwe reeks 35/36 (2010), 267-285.

vrijdag 28 januari 2011

Ronde tafel in Lyon

Op zaterdag 30 januari 2011 neemt Nelleke Moser in Lyon deel aan een 'table ronde' over series en verzamelde werken in de renaissance ('Collections, œuvres, séries, corpus: rassembler les textes à la Renaissance'). De bijeenkomst wordt georganiseerd door Élise Rajchenbach-Teller, Raphaële Mouren en Évelyne Berriot-Salvadore voor de Association d'études sur la Renaissance, l'Humanisme et la Réforme (RHR). De bespreking dient ter voorbereiding van een gezamenlijke publicatie over dit thema.

donderdag 23 december 2010

Typisch Nederlandse lezers?

Onlangs verscheen een artikel van Nelleke Moser in Huntington Library Quarterly, in een themanummer gewijd aan 'The Textuality and Materiality of Reading in Early Modern England'. In het artikel vergelijkt zij twee Nederlandse lezers uit de vroegmoderne tijd, Jacob de Moor (1538/39-1599) en zijn zoon David de Moor (1598-1643), met hun Engelse tijdgenoten op basis van de verzamelhandschriften die deze mannen aanlegden. Een belangrijk verschil is de invloed van de rederijkerij, die in Engeland ontbreekt. Verder richt het lezersonderzoek in Engeland zich tot nu toe vooral op de aristocratie en universitaire kringen, maar de vergelijking met deze Nederlandse lezers (een geëmigreerde arts en een koopman) maakt duidelijk dat ook Engelse lezers uit de (upper) middle class meer aandacht verdienen.

Nelleke Moser, 'Migrants and Merchants. Two Early Modern Dutch Readers and Their English Contemporaries', Huntington Library Quarterly 73 (2010) 3, 471-490. De tekst van het artikel vind je hier.

[Illustratie: portretten van Jacob en David de Moor]

dinsdag 14 december 2010

Jan Vos en de schilders

Het tijdschrift van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde, het Nieuw Letterkundig Magazijn, opende deze maand met een artikel van Nina Geerdink. In het artikel, 'De man van het beeld aan het woord. Jan Vos' Zeege der Schilderkunst (1654)', laat zij zien hoe Vos lange lofdicht op de schilderkunst veeleer in verband gebracht moet worden met patronagebanden met de Amsterdamse regenten, dan met vriendschapsbanden met Amsterdamse schilders. Het betoog houdt verband met het proefschrift van Nina Geerdink, waarin de patronagerelatie tussen Vos en de Amsterdamse regenten centraal staat.

Nina Geerdink, 'De man van het beeld aan het woord. Jan Vos' Zeege der Schilderkunst (1654)', Nieuw Letterkundig Magazijn 28 (2010) 2, 45-50.

donderdag 21 oktober 2010

Coornherts Brieven-boeck

In een nieuw boek over Coornhert schreef Johan Koppenol een artikel over diens Brieven-boeck: 'Brieven aan de samenleving: Coornhert, zijn uitgevers en het Brieven-boeck'

Het artikel is opgenomen in Jaap Gruppelaar en Gerlof Verwey (red.), D.V. Coornhert (1522-1590): polemist en vredezoeker. Bijdragen tot plaatsbepaling en herwaardering. Amsterdam 2010. (p. 65-83)

Over het boek: de betekenis van Dirck Volkertszoon Coornhert als humanist en politicus is in vergetelheid geraakt. Pas in de twintigste eeuw werd Coornhert herontdekt en is een gedeelte van zijn omvangrijke schriftelijke nalatenschap ontsloten. Deze bundel bouwt voort op die herontdekking. Een aantal onderzoekers op het gebied van de geschiedenis van cultuur, godsdienst, filosofie en letterkunde levert bouwstenen voor een nieuwe historische plaatsbepaling en herwaardering van een van de meest spraakmakende persoonlijkheden in de Nederlanden van de zestiende eeuw.
Met bijdragen van Ruben Buys, Jaap Gruppelaar, Johan Koppenol, Henk Nellen, Mirjam van Veen, Gerlof Verwey en Gerrit Voogt.

donderdag 19 augustus 2010

De huwelijksgedichten van Katharina Lescailje

Recent verscheen in de serie Intersections, Interdisciplinary Studies in Early Modern Culture, volume 16, een boek over het schrijverschrap van vrouwen in internationaal en transnationaal perspectief: Women Writing Back / Writing Women Back. Transnational Perspectives from the Middle Ages to the Dawn of the Modern Era, onder redactie van Anke Gilleir, Alicia Montoya en Susan van Dijk. In deze bundel is een artikel opgenomen van de hand van Nina Geerdink, getiteld 'The Appropriation of the Genre of Nuptial Poetry by Katharina Lescailje (1649-1711)'.
In het artikel onderzoekt Nina Geerdink hoe Lescailjes huwelijksgedichten - ze schreef er bijna 100 - zich verhouden tot de huwelijkspoëzie van tijdgenoten, bijna allemaal mannen. Hoe maakte Lescailje gebruik van de mogelijkheden die ze als vrouw had, en hoe ging ze om met de beperkingen die golden? Uit het artikel blijkt dat de omgang met conventies in de huwelijkgedichten van Lescailje, net als bij haar mannelijke collega's, in wisselwerking staat met de sociale context waarin ze functioneerden. Er is echter één belangrijk verschil tussen Lescailjes gedichten en die van mannelijke auteurs: in Lescailjes gedichten is opvallend veel aandacht voor een negatieve visie op het huwelijk. Ze neemt aldus stelling in een contemporain polemisch discours over vrouwelijkheid en huwelijk, en positioneert zichzelf als een autonome ongetrouwde vrouw.

donderdag 3 juni 2010

Walewein en Ysabele in Endi

In het nieuwste nummer van Nederlandse letterkunde is een artikel van Roel Zemel opgenomen over de Walewein. De Middelnederlandse Roman van Walewein is ‘an acknowledged Arthurian masterpiece with few equals in any language’ (Norris Lacy). Opvallend aan het werk is, dat de auteurs een grote roman hebben gewijd aan de neef van koning Artur als enige hoofdpersoon. Dat is iets nieuws in vergelijking met het oeuvre van de schepper van het genre, Chrétien de Troyes. In hun experiment laten de dichters Walewein in zijn ultieme avontuur dat zich afspeelt in de Andere Wereld van Endi, optreden in transgressie met de regels die gelden voor het genre van de Arturroman. Hetzelfde geldt voor de vrouwelijke hoofdpersoon, prinses Ysabele, op wie Walewein tijdens zijn intocht van Endi verliefd wordt. Het optreden van Walewein en Ysabele in Endi vertoont verder een opmerkelijke overeenkomst met dat van Guillaume en Orable in La Prise d’Orange. De auteurs van Walewein hebben in hun tekst een bewerking van dit chanson de geste opgenomen, waardoor het in de roman resoneert als een ‘conte en palimpseste’. Die palimpsest bewerkt een demontage van de Arturroman en dient daarmee een poëticale functie. Penninc en Vostaert, de auteurs van Walewein, stellen als het ware een probleem aan de orde, namelijk dat van het schrijven van een roman over de neef van koning Artur. Een dergelijk project heeft kans van slagen, indien de schepper alle vrijheid neemt ten aanzien van de eisen van het genre.

Roel Zemel, 'Walewein en Ysabele in Endi'. In: Nederlandse letterkunde 15 (2010), p. 1-28.

[Afbeelding: miniatuur van het Walewein-handschrift]

donderdag 29 april 2010

Ton van Strien over Huygens en Maria Casembroot

In het jongste nummer van het tijdschrift De Zeventiende Eeuw maakt Ton van Strien zich schuldig aan een journalistieke hoofdzonde: het kapot-checken van een goed verhaal. Arjan Peters klaagt erover in zijn column in de Volkskrant van 17 april 2010. Het gaat over Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn buurmeisje Maria Casembroot (1621-?). Zij was een van de 'vrouwen rondom Huygens' waar dat DZE-nummer aan gewijd is. Maria Casembroot geldt sinds de biografische studie van Elisabeth Keesing als Huygens’ tweede grote liefde, na zijn vroeg gestorven echtgenote Susanna van Baerle. Als 52-jarige weduwnaar is Huygens volgens Keesing (en anderen in haar voetspoor) hevig verliefd geworden op de 25 jaar jongere Maria, maar durfde hij geen serieus werk van haar te maken. 'Hij troostte zich uiteindelijk door samen met haar op het clavecimbel te spelen.' Zo staat het op internet.
Het is een mooi verhaal, schrijft Van Strien, maar hij wil toch eens kijken wat ervan waar was. En onder zijn kritische blik blijft er inderdaad maar bitter weinig van overeind. Zeker, Huygens heeft Casembroot bewonderd, als musicienne, als 'één en al verstand en Rede'; ook is er een (enkele) brief waarin hij zeer lovend over haar spreekt. Maar wat dacht zíj? We weten er niets van. Zelfs van Huygens is er after all niet zoveel. Een gedicht over gezamenlijk clavecimbelspelen: er staat nergens dat het voor haar bedoeld is. Een paar min of meer plichtmatige verjaardags- en nieuwjaarsgedichten, dat is het verder wel zo’n beetje. De rest is vie romancée. Dat zij de 'joffrouw Casembroot' was die Huygens op zijn 83e als een galante heer meenam naar de schouwburg, is onwaarschijnlijk. En dat zij hem nog op zijn sterfbed, omringd door andere joffrouwen (wat een sterfbed moet dat geweest zijn!) verzorgd heeft – er is niets van terug te vinden.
En toch. In een van die verjaarsgedichten noemt hij haar 'mooi meisje'. Dat was toen ze 39 werd. Heeft hij daarom dat gedicht met vette halen doorgestreept en nooit laten drukken? Wie om strohalmpjes romantiek verlegen zit, zal ze ook in dit artikel weten te vinden. Dat het ook een zeer onromantische scène bevat met een brandende stoof en een smeulende onderjurk neemt men dan wel op de koop toe. Er staat zelfs een gedicht van Casembroot zelf bij afgedrukt, dat eeuwenlang onder het stof heeft gelegen. Met een beetje goede wil valt daar best een liefdesverklaring in te lezen!
Dus we zijn het helemaal eens met Peters: bij de film die over Huygens' leven gemaakt moet worden, moet ze er beslist in, inclusief de 'zinderende scène met quatre-mains'. Over Huygens kunnen niet genoeg films worden gemaakt. Trouwens, dat die hoe dan ook dicht bevolkt dienen te zijn met beeldschone actrices, dat is iets wat dit nummer van De Zeventiende Eeuw overduidelijk maakt.

Els Kloek, Frans Blom en Ad Leerintveld, Vrouwen rondom Huygens. Speciaal themanummer van De Zeventiende Eeuw, jaargang 25 (2009), Hilversum 2010. Bevat ook bijdragen over Huygens’ moeder, over zijn zusjes, over een eerdere geliefde en over zijn echtgenote, en over vele andere bijzondere vrouwen uit Huygens 'netwerk'. Het boek begeleidt een tentoonstelling die momenteel gehouden wordt in het Huygensmuseum Hofwijck.

[Afbeelding: Maria Casembroot, fragment van een ongedateerd schilderij van P. Nason]

dinsdag 16 maart 2010

Lescailje & Willem III

Recent verscheen in Dutch Crossing: Journal of Low Countries Studies (34-1, March 2010, 25-41) een artikel van de hand van Nina Geerdink, getiteld 'Cultural Marketing of William III: A Religious Turn in Katharina Lescailje's Political Poetry'. In deze publicatie zoekt de auteur naar een verklaring voor de eensluidend positieve en religieus georiënteerde waardering van Willem III, stadhouder van 1672 tot 1702, in de poëzieproductie van Nederlandse dichters aan het eind van de zeventiende eeuw. Een van die dichters was Katharina Lescailje (1649-1711) en aan de hand van de politieke gedichten die zij tussen 1672 en 1702 schreef, wordt beargumenteerd dat de steeds groter wordende lof voor Willem III en de religieuze toon van de gedichten waarin die lof naar voren gebracht wordt, aan elkaar gerelateerd moeten worden.

De publicatie is digitaal beschikbaar via de site van Dutch Crossing.

woensdag 18 november 2009

Henk Duits vertaalt Granida

Henk Duits was als vertaler betrokken bij de opvoeringen van Hoofts Granida afgelopen voorjaar, door Stichting Ipermestra. Het is hem zo goed bevallen, dat hij besloten heeft de integrale tekst van Granida te vertalen naar modern Nederlands:

"In de nazomer van 2008 werd ik benaderd met de vraag of ik, in verband met de plannen voor een reeks opvoeringen van Granida in 2009, iemand wist die het toneelscript in modern Nederlands zou willen vertalen. Deze vertaling moest het tekstbegrip van uitvoerenden en publiek bevorderen, dienen als basis voor de boventiteling en in het programmaboekje worden afgedrukt naast Hoofts eigen tekst.
Hoewel ik aanvankelijk de voorkeur gaf aan herspelling, bleek vertaling onvermijdelijk, en zo nam ik het zelf op me, nadat we de definitieve versie hadden vastgesteld, het Granida-script te vertalen. Ik was me doorlopend ervan bewust dat ik een betrouwbare en adequate vertaling wilde afleveren die behalve de verwikkelingen op het toneel, toch vooral het vaak ingewikkelde gesproken en gezongen woord zou verhelderen. Met veel enthousiasme heb ik de klus geklaard in precies zes weken, daarbij geholpen door mijn echtgenote An, een ervaren vertaler.
Mijn vertaling bleek een grote steun voor de zangers-acteurs, want Hoofts eigen tekst was voor hen te complex en ontoegankelijk. Voor een flink deel van het publiek zal dat niet anders zijn geweest. De voorstellingen waren een succes en werden vrijwel alom bejubeld.
De kwaliteit van Hoofts tekst heeft ertoe geleid, dat ik inmiddels heb besloten de integrale tekst van Granida te vertalen, zodat die straks voor iedereen beschikbaar zal zijn."

Een impressie van de succesvolle voorstelling in foto's van Jurjen Stekelenburg:





dinsdag 13 oktober 2009

125 jaargangen TNTL

Het Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde bestaat 125 jaar en dat wordt gevierd. Recent verscheen een speciaal themanummer over de neerlandistiek en de buitenwereld, In- en export, onder redactie van Nelleke Moser en Fred Weerman. In deze speciale aflevering van TNTL zijn artikelen opgenomen van Nelleke Moser ('Fair trade of smokkelwaar? De vroegmoderne Nederlandse manuscriptcultuur als exportproduct') en Johan Koppenol ('In vruchtbare aarde'). Klik hier voor de volledige inhoudsopgave.

Tijdens de feestelijke jubileumviering van TNTL is het woord aan de buitenwereld:
Op vrijdagmiddag 6 november zullen vier prominente sprekers van buiten de neerlandistiek reageren op het themanummer en hun visie geven op de relatie tussen de neerlandistiek en hun vakgebied. Na iedere lezing van twintig minuten is er tien minuten gelegenheid om van gedachten te wisselen. De middag wordt afgesloten met een receptie.

U wordt van harte uitgenodigd deze feestelijke bijeenkomst bij te wonen.
Tot en met 1 november 2009 kunt u zich aanmelden door middel van een email naar de redactiesecretaris van TNTL, Ton van Kalmthout (ton.van.kalmthout@huygensinstituut.knaw.nl).

Locatie: Leiden, Poortgebouw-Zuid, ontvangstruimte 1e etage
(Rijnsburgerweg 10, vlak achter Leiden CS)
Datum en tijd: vrijdag 6 november 2009, 14.00-18.00

Programma
Dagvoorzitter: Olf Praamstra (bijzonder hoogleraar Nederlandse literatuur in contact met andere culturen, Universiteit Leiden)

14.00: Welkomstwoord
14.05-14.15: impressie van 125 jaargangen TNTL
14.15- 14.35: Pieter Muysken (hoogleraar Algemene Taalwetenschap, Universiteit Leiden)
14.45- 15.05: Maarten Prak (hoogleraar Sociale en Economische Geschiedenis, Universiteit Utrecht)
15.15- 15.45: theepauze
15.45-16.05: Tony Visser (hoogleraar Duitse Taal- en Letterkunde, Universiteit Leiden)
16.15-16.35: Joep Leerssen (hoogleraar Moderne Europese Letteren, Universiteit van Amsterdam)
16.45-18.00: receptie

woensdag 20 mei 2009

Uitgaan op niveau

Op 24 april jl. is feestelijk afscheid genomen van Ad Zuiderent, collega moderne Nederlandse letterkunde. (Zie het weblog van onze collega's moderne letterkunde voor meer informatie over en foto's van het afscheid.)

Ter ere van Ads afscheid is een boek samengesteld door Dick van Halsema, Johan Koppenol en Ben Peperkamp: Uitgaan op niveau. Vriendenboek voor Ad Zuiderent. Het bevat ruim dertig bijdragen - gedichten, grafiek, essays en studies - rond het thema 'uitgaan'. (Oud-)medewerkers van de afdeling historische letterkunde schreven de volgende bijdragen:
* Henk Duits, 'Een homo politicus in spe kijkt rond. De jeugdige Pieter Hooft reist door Frankrijk' (p. 38-44)
* Johan Koppenol, 'Met een dubbele agenda naar de schouwburg. Toneelbezoek in de zeventiende eeuw' (p. 83-88)
* Nelleke Moser, Lezen in de buitenlucht. Pastoraal vermaak in vroegmoderne fictie' (p. 120-126)
* Marijke Spies, 'Google: 28 mei 1944' (p. 154-155)
* Ton van Strien, 'De dichter in het museum' (p. 157-163)
* Roel Zemel, 'Op weg naar Avalon' (p. 172-177)

Uitgaan op niveau is uitgegeven door Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam & Nodus Publikationen Münster en te bestellen door 15 euro over te maken op giro 5354737 t.n.v. Johan Koppenol te Berkhout, o.v.v. 'Boek Zuiderent'; het boek kan ook tegen contante betaling worden afgehaald op kamer 11A-16 van het hoofdgebouw van de VU.

dinsdag 10 maart 2009

De bede van Ysabele

In Voortgang. Jaarboek voor de neerlandistiek, is een uitgebreid artikel van Roel Zemel opgenomen. Hij gaat in op de 'bede' ('don contraignant') in de romans van Chretien de Troyes. Het gebruik van de 'bede' in deze romans is opvallend omdat het ingaat tegen de hoofste omgangsnormen. De meeste aandacht geeft Zemel in zijn artikel aan de 'bede' in de Roman van Walewein (1250). In dit werk wordt de 'bede' succesvol ingezet door heldin Ysabele, die daarmee de regels van de Arturroman overschrijdt.

Het artikel van Roel Zemel is te vinden in Voortgang XXVI (2008), 75-92.
[Illustratie: Het begin van de Roman van Walewein]