donderdag 6 november 2008

Een moderne Gijsbreght

Dit jaar speelt toneelgroep Nomade een eigenzinnige versie van Vondels klassieker Gijsbreght van Aemstel. De laatste voorstellingen van deze productie vinden plaats eind november in de Boekmanzaal van het Amsterdamse stadhuis. Op de website van Toneelgroep Nomade staat meer informatie over de voorstelling.

Vanuit de major Nederlandse letterkunde is een bezoek aan deze voorstelling georganiseerd op donderdagavond 20 november. Er gaan ruim twintig studenten mee. De kosten bedragen normaal 17,50, maar dankzij financiële ondersteuning van de Afdeling Literatuur en Cultuur betalen VU-studenten een gereduceerde prijs van 10,- betalen.

Studenten die nog mee willen, moeten zo snel mogelijk een mail sturen naar Johan Koppenol om zich aan te melden.

Datum: 20 november 2008
Aanvang: 20.30
Locatie: Stadhuis Amsterdam


maandag 3 november 2008

Literatuur en Amsterdam in de Gouden Eeuw

Op 23 november geeft Johan Koppenol in het Amsterdams Historisch Museum een lezing/ college getiteld 'Literatuur in Amsterdam en Amsterdam in de literatuur van de Gouden Eeuw'. Het college is onderdeel van een lezingenreeks over de canon van Amsterdam.
De literaire grachtengordel is geen uitvinding van de vorige eeuw: ook in de zeventiende eeuw was Amsterdam voor de literatuur al dé plaats waar het allemaal gebeurde. De stad was het verzamelpunt voor talloze schrijvers en schrijfsters, uitgevers, drukkers en boekhandelaren. Na een korte verkenning van die zeventiende-eeuwse variant van 'Amsterdam Boekenstad' bekijken we de stad door de ogen van twee met Amsterdam vergroeide dichters: Bredero en Vondel. Dat leidt tot twee zeer uiteenlopende visies, waarbij we stilstaan bij de machtige handel, maar ook bij het openbaar toilet, bij de zelfbewuste stedelijke trots, maar ook de hekelende spotlach van de criticus.
Datum: zondag 23 november 2008
Tijd: 11.15-13.00
Locatie: Amsterdams Historisch Museum, Nieuwezijds Voorburgwal 357

[Illustratie: Jan Christiaensz. Micker, Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht, 1652-1660]

dinsdag 28 oktober 2008

Pen, penseel, pers en podium

Nelleke Moser organiseert namens de Werkgroep Zeventiende Eeuw een congres over de medialiteit van wetenschap en cultuur: Pen, penseel, pers en podium. De medialiteit van cultuur en wetenschap in de zeventiende eeuw

Call for Papers
Op zaterdag 29 augustus 2009 organiseert de Werkgroep Zeventiende Eeuw een congres over de medialiteit van cultuur en wetenschap in de zeventiende eeuw. Met deze ‘Call for Papers’ wil de congrescommissie geïnteresseerden uitnodigen een bijdrage aan dit congres te leveren. De lezingen duren maximaal twintig minuten. De redactie van het tijdschrift De zeventiende eeuw beslist na afloop van het congres over mogelijke opname van de bijdragen in het najaarsnummer van het tijdschrift.

Aandacht voor het medium waarin teksten en beelden worden overgedragen en gerecipieerd is de afgelopen decennia sterk toegenomen, mede onder invloed van het betoog van Don McKenzie over de relatie tussen de materiële verschijningsvorm van een tekst en de aan die tekst toegekende betekenis. Deze invalshoek is niet alleen van toepassing op handgeschreven en gedrukte teksten, maar ook op bronnen uit de beeldende kunst, de podiumkunsten, geschiedschrijving en wetenschap. Het kan gaan om de wisselwerking tussen handschrift en druk, tussen het geschilderde beeld en de grafische reproductie, tussen notenschrift en verklanking, tussen toneeltekst en opvoering en tussen ontdekking en wetenschappelijke verhandeling. Het congres concentreert zich op twee aandachtspunten:

- het spanningsveld tussen de schepping, het idee enerzijds en de uitvoering en verspreiding daarvan als tastbaar artefact anderzijds
- het spanningsveld tussen de handmatige en de mechanische (re-) productie van teksten en/of beelden

Hoe wordt een idee gematerialiseerd en hoe beïnvloedt de materialiteit van het medium het uiteindelijke artefact en de receptie ervan? Wat gebeurt er met een tekst of een afbeelding als hij van een medium in een ander medium wordt overgebracht? Waarom en hoe combineerden zeventiende-eeuwse producenten en consumenten verschillende media in één bron? Is er sprake van een hiërarchie tussen de media? Wat is de reikwijdte van de verschillende media?

Gedacht kan worden aan lezingen over de volgende onderwerpen (deze lijst is niet uitputtend):

- Gedrukte boeken met handgeschreven toevoegingen
- Handgeschreven aanwijzingen voor de vormgeving van kopij
- Gedrukte teksten die handgeschreven ogen, en handschriften die typografie imiteren
- Teksten die van handschrift naar druk en van druk naar handschrift zijn overgeleverd
- De verspreiding van inzichten en ontdekkingen via geleerdencorrespondenties
- Egodocumenten in manuscript en druk
- De omgang met en weergave van bronnen en artefacten in antiquarische geschiedschrijving
- De verslaglegging van contemporaine en historische gebeurtenissen in verschillende media
- Schetsen die dienen als ontwerp voor een prentreeks
- Prenten die gemaakt zijn naar aanleiding van schilderijen
- Prenten en gravures die met de hand zijn ingekleurd
- Nagetekende illustraties of emblemen
- Muzieknotatie in handschrift en druk
- Handgeschreven regieaanwijzingen of aantekeningen voor de uitvoering van muziek
- Contemporaine uitspraken over het gebruik, de status en de functie van bepaalde media, zowel in metatekst en paratekst (poetica’s, voorwoorden) als in (fictionele) teksten zelf

De congrescommissie roept iedereen die aan dit congres een bijdrage wil leveren op een kort voorstel voor een lezing (max. 500 woorden) per e-mail op te sturen aan Nelleke Moser. Sessievoorstellen waarin drie lezingen tegelijkertijd worden aangeboden zijn ook van harte welkom. Wij ontvangen alle voorstellen graag voor 1 maart.

De congrescommissie: Nelleke Moser (Vrije Universiteit Amsterdam) & Jeroen Salman (Universiteit Utrecht)

[Illustratie: Het vouwen van katernen in D. de Bray, "Onderwijs van 't Boek-Binden", 1658]

dinsdag 21 oktober 2008

Editie van Huygens' Hofwijck door Ton van Strien

Op 28 november zal in Amsterdam een internationaal congres plaatsvinden over Constantijn Huygens: 'Return to Sender: Constantijn Huygens as a man of letters'. Op dit congres zal Huygenskenner Ton van Strien een lezing geven getiteld 'An honest man with a harmless hobby. The poet of Hofwijck'. Tevens zal aan het eind van de dag zijn editie van Huygens' hofdicht gepresenteerd worden. De editie verschijnt onder auspiciën van het Huygens Instituut (KNAW) als deel XV, 1-2 van de reeks Monumenta Literaria Neerlandica: Constantijn Huygens, Hofwijck. Historisch-kritische uitgave met commentaar door Ton van Strien. Met een studie over de literair- en ideeënhistorische context van het gedicht door Willemien B. de Vries.

Het congres vindt plaats aan de UvA, in de Doelenzaal bij de UB. Deelname kost € 10,- en registreren is mogelijk tot 15 november bij Frans Blom.

Het volledige programma van het congres op 28 november:
9.30 Registration
10.00 Welcome by Lia van Gemert

Morning
Chair: Lia van Gemert
10.05 Theo Verbeek, Patron and Client. The Friendship between Descartes and Huygens
10.45 Inge Broekman, Self-fashioning in Constantijn Huygens’ art collection
11.15 Coffee/Tea
11.45 Ton van Strien, An honest man with a harmless hobby. The poet of Hofwijck
12.15 Discussion

12.45 Lunch

Afternoon
Chair: Ad Leerintveld
14.00 Jürgen Pieters, Consolation Row: Huygens’ Ooghentroost and the Comfort of Satire
14.30 Frans Blom, Lectori. Addressing readers in Huygens’ literary publications
15.00 Coffee/Tea
15.20 Lisa Jardine, 'Dear Song': scholarly whitewashing of the correspondence between Constantijn Huygens and Dorothea van Dorp
16.00 Discussion

16.30 Presentatie van Constantijn Huygens, Hofwijck. Historisch-kritische uitgave met commentaar door Ton van Strien. Met een studie over de literair- en ideeënhistorische context van het gedicht door Willemien B. de Vries. Het eerste exemplaar zal worden aangeboden aan Marijke Spies.

17.00 Reception



woensdag 24 september 2008

Seminar Culture & Values

Binnenkort vindt het eerste seminar van het onderzoeksinstituut Culture and Values in oprichting plaats. De aftrap van het onderzoeksseminar, dat opgetuigd wordt met een borrel tijdens de bijeenkomst, zal plaatsvinden op 20 oktober 2008 van 14:00-17:00. Deze aftrap is mede georganiseerd door Matthijs Wieldraaijer (promovendus geschiedenis); Diederik Oostdijk (docent-onderzoeker moderne Engelse letterkunde) zal optreden als dagvoorzitter en leiding geven aan de discussie. De sprekers zijn Nina Geerdink, Ronald Kroeze (promovendus geschiedenis), Matthias van Rossum (promovendus geschiedenis) en Matthijs Wieldraaijer. Zij zullen reflecteren op het verband tussen hun onderzoek en de grondtekst van Culture & Values, om zo een brug te bouwen naar het nieuwe onderzoeksinstituut. De lezing van Nina Geerdink zal gaan over de huwelijkspoëzie van Katharina Lescailje (1649-1711).
I.v.m. zaalreservering graag uiterlijk 6 oktober aanmelden bij Esther van der Pol. Het programma wordt te zijner tijd toegestuurd aan alle deelnemers.
[Illustratie: gravure op de titelpagina van Lescailjes verzameld werk uit 1731]

Nina Geerdink over de nieuwe literatuurgeschiedenis

Enige maanden geleden verscheen een lijvig deel van de nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis. In Een nieuw vaderland voor de muzen, het vierde deel uit de reeks, staat de literatuur van de lange zeventiende eeuw (1560-1700) centraal. In het laatste nummer van Nederlandse letterkunde (13-2) geven vijf jonge onderzoekers, waaronder Nina Geerdink, hun visie op het boek vanuit het perspectief van hun eigen onderzoek. De artikelen zijn gebaseerd op de laudatio's die tijdens de boekpresentatie werden uitgesproken.
In de laatste Nieuwsbrief voor afgestudeerden van de opleiding Nederlands van de Vrije Universiteit Amsterdam schreef Nina Geerdink ook nog een bespreking van het boek.

woensdag 3 september 2008

Scriptie: de 'bede' in de Roman van Walewein

Een bekend motief in de Arturliteratuur wordt in de letterkunde ‘don contraignant’ genoemd. Het Oudfranse ‘don’, wat in het Middelnederlands vertaald wordt met ‘bede’, houdt in dat iemand zichzelf verplicht zijn jawoord te geven op de ‘bede’ van een ander, zonder van de inhoud van het verzoek op de hoogte te zijn. Een bekend voorbeeld van een ‘don contraignant’ is te vinden in Matth. 14:1-12. Het is opmerkelijk dat dit motief juist in de Arturliteratuur regelmatig voorkomt, omdat de toepassing ervan in wezen strijdig is met de hoofse ideologie: de ‘don’ kan worden gebruikt als valstrik.

In de masterscriptie van Lianne van Loghem volgt na een onderzoek naar de herkomst van het motief een analyse van de toepassing ervan bij Ovidius, in de werken van Chrétien de Troyes en in twee Middelnederlandse Arturromans. In de tweede helft van de scriptie staat de toepassing van het motief van de ‘bede’ in de Roman van Walewein centraal. Uit de analyse zal blijken dat de schrijver van de Walewein het motief op creatieve wijze heeft toegepast.

Twee keer heeft hij het gebruikt om een sprookje om te werken tot ridderroman. De laatste toepassing is te beschouwen als apotheose. De ‘bede’ is zo duidelijk in strijd met de hoofse ethiek dat er sprake lijkt van literaire kritiek op de toepassing van het motief in de hoofse roman. De vrouwelijke hoofdpersoon, Ysabele, bedriegt met een ‘bede’ haar vader en verraadt zijn land, vanwege een plotseling opbloeiende liefde voor Walewein.

Lianne van Loghem, 'Ghi sijd mi sculdich ene bede.' Het motief van de 'bede' in de Roman van Walewein. Masterscriptie VU: Amsterdam 2008.
(Begeleider: Roel Zemel)